Brief aan M.

Dag M.,

Ik zag je vorige week lopen, helemaal alleen. Lichtjes voorovergebogen stapte je ons tegemoet op de afsluitdijk langs de oude Schelde-arm. Zo in gedachten verzonken was je dat je mij niet opmerkte en dat wilde ik ook niet. Ik vreesde er even voor dat je mijn stem zou herkennen, want ik was mijn twee vrienden aan het vertellen hoe de afgelopen maand verlopen was. Maar je kruiste ons, je blik nog steeds naar de grond gericht en wandelde kalm en bedachtzaam door. Het scheen me toe alsof je gebukt ging onder een wolk van zwaarmoedigheid, alsof je je hersenen brak op een vraagstuk zonder oplossing, een Gordiaanse knoop probeerde te ontwarren op je eentje. Misschien had je genoeg van de mensen thuis en moest je even weg, alles achterlaten en zoals dat dan gaat als je bijna vijftig bent en verantwoordelijkheden hebt moet een eenzame wandeling op zondagnamiddag volstaan om een einde te maken aan de muizenissen en het gevoel van onrust dat aan je binnenste knaagt.

Misschien is niets van dit alles waar of echt en was je ook vorige zondag gelukkig en tevreden met je leven.

Hoe lang is het geleden dat we elkaar zagen en spraken? Het moet alweer een jaar of 7, 8 geleden zijn, misschien zelfs langer. Als ik het je zou vragen, dan ben ik er zeker van dat je quasi onmiddellijk de juiste datum, plaats en tijd zou vermelden. Zo was het altijd en zo zal het altijd zijn. Net omdat het al zolang geleden is wilde ik niet dat onze ontmoeting een toeval was, gedoemd om vluchtig te zijn omdat we beiden met een ander plan op zak op stap waren. Ik wilde niet dat we zouden afsluiten met de valse belofte dat we elkaar gauw, heel gauw, zouden bellen, zien, schrijven.

Dus ook ik stapte door, opgelucht dat je mij niet zag.

Wat me altijd heeft verwonderd is je drang naar ankers in je leven. Misschien voelde je je de eerste twintig jaren te veel op drift en koos je daarom kort daarna de vrouw die nu nog steeds je vrouw is. Je werkt nog steeds voor dezelfde werkgever als waar je ooit je professionele leven aanving.

Ach, dit bestaan wordt ons toegeworpen, ongevraagd, en toch worden wij geacht gulzig in die appel te bijten zonder te weten wat er ons te wachten staat. In het begin weet je niets en je doet maar wat. Je raakt hopeloos verstrikt in illusies, dromen, idealen en andere fantoombeelden. Een postpunkband met synthesizers met een ongelukkige zanger vormt de soundtrack van je tienerjaren en wat later schreeuwt Kurt Cobain onze angst uit. We raven in Roeselare in een duister pand, de XTC-tabletten zijn zo groot als de palm van je hand. Er is altijd wel een lift naar huis in het holst van de nacht.

Als we binnenkort, ooit, nog eens afspreken in een café om verslag te doen van het afgelopen decennium zal ik je vertellen dat ik nu getrouwd ben met een man die jouw naam draagt. Of omgekeerd. En dat ik zo toch nog kreeg wat ik ooit dacht te willen.

One thought on “Brief aan M.

  1. Pingback: Motregen boven Manchester (vangst #10) – Aanlegplaats

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s